De parkeerplaats was redelijk leeg en vooral heel rustig, zodat ik na drie rondjes eindelijk een plek vond die me beviel. Had duidelijk last van een vorm van besluiteloosheid. Dat begon al voor vertrek, na eerst een jasje aangedaan te hebben, besloot ik na de eerste stap buiten de deur dat het te warm was en even later had de jas plaats gemaakt voor een tas.
Minder dan een minuut later liep ik door de deur van de apotheek. Af en toe kom ik hier om de voorraden aan te vullen en doordat het rustig was dacht ik snel buiten te staan. Voor mijn ogen zag ik acht dames met dezelfde kleur jas rond te wandelen, praten, zoeken en volledig met elkaar bezig zijn. Nadat ik me omdraaide zag ik dat ik de enige was die stond te wachten. Ook nadat ik een stap dichterbij deed, kreeg ik geen aandacht. Wel was ik opgemerkt, zag ik uit een beweging en dat leidde zowaar tot iemand die naar de balie kwam. “Ik kan u niet helpen, heb geen baliedienst, mijn collega van de balie komt zo”. Ok, zag het verschil niet, maar goed wie ben ik om over de organisatie van de apotheek een mening te hebben.
Daar stond ik, nu met de wetenschap dat ik wist wie de balievrouw was en wie niet. Het begon me wat te vervelen en ik wenkte de dame die me net de medeling deed. Voordat ik iets kon zeggen, begon zij: “Ze komt zo, ik mag u echt niet helpen”. Ik geloof dat ik een heel verbaast gezicht trok en dat leidde tot meer actie, zelfs tot de komst van de balievrouw. Dat was me een prestatie en ze vond ook nog de medicatie waardoor ik helemaal overdonderd buiten stond en zag op mijn telefoon dat ik op een minuut na een kwartier bezig was geweest het zakje met pillen te krijgen, terwijl het toch zo rustig leek te zijn.
Meepraten?